Rijden tijdens een rechterlijk verval
Artikel 48 betreft onder meer rijden ondanks een uitgesproken verval en rijden zonder aan de opgelegde herstelvoorwaarden te hebben voldaan. Sinds 1 september 2026 geldt voor het basisfeit strafniveau 2 en een gewone geldboete van effectief €5.000 tot €20.000.
De wet voorziet een nieuw verval van minstens drie maanden tot vijf jaar of voorgoed. Bij de wettelijke herhaling van artikel 48, §2 geldt een zwaarder regime. Alleen het verstrijken van de kalenderduur betekent niet altijd dat u opnieuw mag rijden: ook herstelvoorwaarden kunnen nog openstaan.
Onmiddellijke intrekking of tijdelijk verbod
Rijden tijdens een onmiddellijke intrekking wordt geregeld in artikel 30, §3. Dat basisfeit heeft een andere gewone geldboete: effectief €2.000 tot €20.000. Rijden tijdens het tijdelijke alcohol- of drugsverbod wordt weer in andere bepalingen geregeld. Gebruik die bedragen en regels dus niet door elkaar.
Controleer kennisgeving en herstelvoorwaarden
Een rechterlijk verval gaat niet noodzakelijk in op de dag van het vonnis. Artikel 40 en de officiële kennisgeving regelen de uitvoering. Controleer de ingangsdatum, inlevering, voertuigcategorieën en examens, onderzoeken of opleiding. Vraag bij onduidelijkheid vóór een verplaatsing bevestiging aan de bevoegde dienst.
Procedure en kosten
Een onmiddellijke inning, een minnelijke schikking van het parket en een door de rechter opgelegde boete zijn verschillende afhandelingswijzen. De vermelde bedragen omvatten geen administratieve toeslag, gerechtskosten, verplichte bijdragen, herstelonderzoeken of schadevergoeding.
Bronnen en toepassingsdatum
Redactioneel gecontroleerd op 21 oktober 2026. Wettelijke grondslag: Wegverkeerswet art. 30, §3, 34, 37bis, 38, 40 en 48. Dit is algemene informatie; de kwalificatie en feitendatum bepalen welke regels op een dossier van toepassing zijn.
De rechtbankbedragen hieronder betreffen feiten vanaf 1 september 2026, vóór gerechtskosten en bijdragen en zonder bijzondere herhaling. De Wegverkeerswet gebruikt sindsdien aangepaste basisbedragen en strafniveaus. Op die basisbedragen komt 25% verhoging (factor 1,25). Voor feiten van 1 februari tot en met 31 augustus 2026 gold factor 10 op de toenmalige basisbedragen; van 1 januari 2017 tot en met 31 januari 2026 factor 8. Voor oudere feiten en een latere wetswijziging moet ook de toepassing van de mildere strafwet worden onderzocht.
https://codex.vlaanderen.be/PrintDocument.ashx?geannoteerd=false&id=1009628
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?cn=1952030530&la=N&language=nl&table_name=wet