Wat valt onder 'aansporen tot te snel rijden'?
Onder 'aansporen' verstaat de wet elke gedraging die een andere bestuurder ertoe aanzet de toegelaten snelheid te overschrijden. Het hoeft niet om een formele uitdaging te gaan, ook subtiele signalen volstaan om beboet te worden.
De vaststelling gebeurt doorgaans door de politie tijdens een patrouille of via camerabeelden. De overtreding wordt meestal samen vastgesteld met de eigenlijke snelheidsovertreding van de aangespoorde bestuurder.
- Met de lichten knipperen om iemand sneller te laten rijden of voor u te laten gaan
- Een andere bestuurder uitdagen aan een rood licht of voor een groen licht
- Deelnemen aan illegale straatraces of snelheidswedstrijden
- Iemand op de hielen rijden om hem te dwingen sneller te gaan
- Zichtbaar provocatief gedrag dat een andere bestuurder ertoe aanzet de limiet te overschrijden
Boete en rijverbod
Aansporen tot te snel rijden is gekwalificeerd als een overtreding van de vierde graad. Dat betekent dat de straf zwaarder is dan een gewone snelheidsovertreding én dat een rijverbod verplicht is, ook bij een eerste vaststelling.
De geldboete varieert van €400 tot €5.000, opdeciemen (factor 10) inbegrepen. Het rijverbod ligt tussen 8 dagen en 5 jaar, te bepalen door de politierechtbank.
“Het is verboden een bestuurder aan te sporen of uit te dagen overdreven snel te rijden.”
Verzachtende omstandigheden
De rechter kan op basis van verzachtende omstandigheden de geldboete verlagen tot het wettelijk minimum van één euro of het verplicht rijverbod gemotiveerd terugbrengen. Een schoon strafblad, een aangetoonde professionele afhankelijkheid van het rijbewijs of een eenmalige ondoordachte handeling zijn klassieke argumenten.
Kosten van rehabilitatie-examens en medisch-psychologisch onderzoek kunnen in mindering worden gebracht op het uiteindelijke vonnis.
Herhaling binnen drie jaar
Wie binnen drie jaar na een veroordeling voor aansporing of een andere snelheidsovertreding opnieuw in de fout gaat, riskeert een verdubbeling van de minimumboete én van het minimumrijverbod. Recidive geldt voor alle vierde-graads overtredingen, ongeacht de specifieke wettelijke kwalificatie van de eerste feiten.