Overtredingen in deze categorie
De sancties per promillegehalte
De wettelijke alcohollimiet bedraagt 0,5 promille (0,22 mg/l uitgeademde alveolaire lucht). Voor professionele bestuurders, houders van een rijbewijs C1, C, D1 of D, geldt een verlaagde limiet van 0,2 promille. De sancties stijgen trapsgewijs per promilleklasse, van een onmiddellijke inning tot systematische dagvaarding voor de politierechtbank.
Alle onderstaande bedragen zijn exclusief de administratieve toeslag van €10,67 (tarief 2026) en eventuele gerechtskosten.
- 0,2 tot 0,5 promille (enkel professionele bestuurders): onmiddellijke inning €116, minnelijke schikking €145, rechtbank €250 tot €5.000, tijdelijk rijverbod ter plaatse van 2 uur
- 0,5 tot 0,8 promille: onmiddellijke inning €197, minnelijke schikking €240, rechtbank €250 tot €5.000, tijdelijk rijverbod ter plaatse van 3 uur
- 0,8 tot 1,0 promille: onmiddellijke inning €462, minnelijke schikking €600, rechtbank €2.000 tot €20.000, rijverbod ter plaatse van 6 uur én onmiddellijke intrekking van het rijbewijs voor 15 dagen
- 1,0 tot 1,2 promille: onmiddellijke inning €636, minnelijke schikking €800, rechtbank €2.000 tot €20.000, rijverbod ter plaatse van 6 uur én intrekking voor 15 dagen
- Meer dan 1,2 promille: geen onmiddellijke inning of minnelijke schikking mogelijk, altijd dagvaarding, met een geldboete van €2.000 tot €20.000
Dronkenschap en weigering van de ademtest
Naast alcoholintoxicatie (het gemeten promillegehalte) kent de wet het afzonderlijke misdrijf van dronkenschap: een feitelijke toestand waarin u niet meer in staat bent om veilig te sturen, los van het exacte promillegehalte. Dronkenschap kan nooit met een onmiddellijke inning of minnelijke schikking worden afgehandeld: u wordt steeds gedagvaard. De rechter kan een verval van het recht tot sturen uitspreken van minimum 1 maand tot 5 jaar, of zelfs voorgoed.
Wie weigert zich te onderwerpen aan de ademtest, de ademanalyse of (zonder wettige reden) de bloedproef, wordt op grond van artikel 34 §2, 3° van de Wegverkeerswet bestraft volgens hetzelfde regime als een zware alcoholintoxicatie. Weigeren biedt dus geen enkel voordeel: de straf is dezelfde als bij een gehalte vanaf 0,8 promille.
“Wordt gestraft hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, terwijl hij in staat van dronkenschap verkeert of in een soortgelijke staat met name ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen.”
Het alcoholslot
Bij een veroordeling voor een alcoholgehalte van ten minste 1,8 promille (0,78 mg/l uitgeademde alveolaire lucht) is de rechter verplicht een alcoholslot op te leggen. Hij kan hier enkel van afwijken met een uitdrukkelijke motivering. Het rijbewijs wordt dan voor minimum 1 jaar en maximum 3 jaar, of levenslang, beperkt tot voertuigen die met een alcoholslot zijn uitgerust.
Bij herhaling van een zware intoxicatie binnen 3 jaar, waarbij telkens minstens 1,2 promille (0,50 mg/l) werd gemeten, volgt het alcoholslot automatisch. De rechter kan met motivering wel één of meerdere voertuigcategorieën aanduiden waarvoor de beperking niet geldt (artikel 37/1 §2).
Recidive en jonge bestuurders
Recidive ontstaat wanneer u binnen 3 jaar na een veroordeling voor zware intoxicatie, dronkenschap of drugs in het verkeer opnieuw een van deze feiten pleegt (artikel 36). De geldboete stijgt dan naar €400 tot €5.000 (wettelijke basisbedragen, vóór opdeciemen) en er kan een gevangenisstraf van 1 maand tot 2 jaar worden opgelegd. Bij lichte intoxicatie wordt de minimumboete bij herhaling binnen 3 jaar verdubbeld.
Daarbovenop legt artikel 38 §6 een verplicht rijverbod op: minimum 3 maanden bij een eerste herhaling, 6 maanden bij een tweede en 9 maanden bij een derde, telkens gekoppeld aan de vier herstelexamens: het theoretisch examen, het praktisch examen, een geneeskundig onderzoek en een psychologisch onderzoek.
Voor jonge bestuurders die op het moment van de feiten minder dan 2 jaar houder zijn van het rijbewijs B, is de rechter bij een zware alcoholovertreding wettelijk verplicht het verval van het recht tot sturen uit te spreken én het herstel afhankelijk te maken van het slagen voor het theoretisch of praktisch examen (artikel 38 §5), ook bij een eerste overtreding.
Wanneer een advocaat inschakelen?
Bij een lichte intoxicatie tot 0,8 promille die met een onmiddellijke inning wordt afgehandeld, is juridische bijstand zelden noodzakelijk. Zodra u echter wordt gedagvaard (bij een gehalte vanaf 0,8 promille, dronkenschap, weigering of recidive) staan er aanzienlijke belangen op het spel: een geldboete tot €20.000, een rijverbod tot 5 jaar of levenslang, een alcoholslot en de vier herstelexamens. Een gespecialiseerde verkeersadvocaat kan verzachtende omstandigheden aanvoeren, de gevolgen voor uw beroepssituatie bepleiten en in voorkomend geval uitstel of opschorting vragen. Zeker bij een eerste feit zonder ongeval kan dit het verschil maken tussen een minimumstraf en een verregaande veroordeling.